Honingdauw door bladluizen

Dit item is verlopen op 06-06-2018.

De gemeente krijgt regelmatig de vraag of er iets gedaan kan worden tegen de overlast van luizen in bomen. De overlast wordt soms als erg vervelend ervaren. Helaas is er weinig tegen te doen.

Bladluizen komen overal voor. De meeste luizen leven in bomen. Vooral in linden, maar soms ook in esdoorns, haagbeuken of eikenbomen. Ze voeden zich met plantensappen uit bladeren en twijgen. Ze vreten niet aan bladeren maar prikken door de huid van bijvoorbeeld bladeren heen om de sappen te bereiken. Ze veroorzaken daarbij bijna geen schade aan de boom. Alleen bij een enorme aantasting neemt de groei van een boom af. De druppeltjes uit de boom vormen een plakkerige laag (honingdauw) op alles wat zich onder de bomen bevindt. Daarnaast groeit er op de honingdauw een roetdauwschimmel waardoor onder andere de bladeren zwart worden. De meeste overlast vindt plaats tussen mei en augustus en is afhankelijk van de weersomstandigheden. Als het warmer is, worden de luizen extra actief. De luizen zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid of voor de boom. De meeste plak wordt bij een regenbui weggespoeld.

Om de overlast tegen te gaan kunnen de luizen worden bestreden. De gemeente Lingewaard zet hiervoor larven van het lieveheersbeestje in. Deze larven worden in zakjes van 100 stuks in de boom opgehangen, Meestal vlak onder de eerste grote tak. Eén larve eet een groot aantal luizen per dag. Bovendien kunnen larven niet vliegen. Ze blijven daarom gebonden aan de boom.
Bestrijding vindt alleen plaats in straten met een aaneengesloten rij bomen. De gemeente heeft naast het inzetten van larven van het lieveheersbeestje geen andere manieren om bladluis te bestrijden. Het is de bedoeling dat de natuur het werk doet. Na een flinke regenbui neemt het aantal luizen in de bomen heel erg af. Ook zijn er veel vogels, zoals mezen, die zich voeden met bladluizen.