Situatieschets

Al onze kernen hebben verschillende woongebieden. Dat komt doordat elke kern eerst een eigen gemeente was, de datum van aanleg anders is, maar ook door de bevolkingssamenstelling en de locatie. Dat zien we ook terug in de hoeveelheid verlichting. Die is in de diverse kernen best verschillend. Dat is helemaal niet erg, het past vaak bij de omgeving en onze inwoners zijn er ook aan gewend. Toch is het wel goed om te kijken of het anders, minder of beter kan.

In een woongebied komen functies als wonen en spelen samen. Openbare verlichting kan een belangrijke rol spelen. Maar het is niet zo dat dit alleen een rol speelt.

Wet- en regelgeving

In Nederland hebben we een richtlijn die een advies geeft over de hoeveelheid licht straat. We zijn niet verplicht te verlichten. Wij houden, net als de voorgaande jaren, maximaal 80% van de huidige richtlijn (NPR13201/A1) aan, alleen op doorgaande wegen of in centrum- en uitgaansgebieden staat vaak wat meer licht. We houden geen lichtsterkte op 1,5m hoogte aan want op deze hoogte zijn er veel meer lichtbronnen te zien (zoals koplampen, etalages, woningen en dergelijke).
De verdeling van het licht op de weg (gelijkmatigheid) proberen we wel zo goed mogelijk te doen. De bestaande afstand tussen de lantaarnpalen is wel bepalend voor hoe het er buiten uit kan komen te zien. Ons uitgangspunt is om niet meer lantaarnpalen bij te plaatsen dan er nu staan. Daar waar we heel veel hebben staan en het wat minder kan, dan passen we dat bij vervanging aan.

De Halden in Haalderen; licht gelijkmatig over de weg verdeeld zodat er geen zwarte vlekken zijn.

Keurmerken

Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) is een (vrijwillige) keurmerk. Het wordt vaak door Projectontwikkelaars aangeboden. Het bestaat uit verschillende certificaten. Zo is er het certificaat ‘Beveiligde Woning’. Dit zegt wat over het hang- en sluitwerk en de verlichting om het huis. Hiermee krijg je als inwoner korting op verzekeringen.

Maar er is ook een certificaat ‘Veilige omgeving’ dat onder andere wat zegt over het lichtniveau op straat en op achterpaden. Dat lichtniveau is erg hoog en past niet in onze omgeving. Achterpaden die van ons zijn, worden niet verlicht. Wij houden daarom geen Politie Keurmerk Veilig Wonen aan. 
De certificaten staan los van elkaar. Zonder het certificaat ‘Veilige omgeving’ kan er toch een korting op verzekeringspremies gegeven worden.

Sfeer en leefbaarheid

In woongebieden is de leefomgeving en sfeer belangrijk. Deze moet prettig zijn. 
Verlichting levert een bijdrage aan de leefbaarheid en sfeer in een woongebied. Plaatsen we bijvoorbeeld blauw licht dan is de sfeer niet prettig, het voelt er koud en kil aan. Een woonwijk moet prettig aanvoelen. Dat komt de leefbaarheid in een wijk ten goede.

De nadruk ligt op sociale veiligheid (gevoel van veiligheid) en beperkter op de verkeersveiligheid (hoe kom je veilig van A naar B) en het gebruik. 
Niemand wil dat er ingebroken wordt. Openbare verlichting kan inbraken niet voorkomen. Een lamp met een bewegingssensor aan de gevel werkt effectiever dan een lantaarnpaal op straat. 

Verlichting kan ook een gevoel van veiligheid geven. Dit is echter voor iedereen anders, want het is een persoonlijk gevoel. Of te wel subjectief. Dit gevoel is onder andere ontstaan uit het verleden, wat er gebeurd is en hoe goed je de omgeving kent. 

In de nacht bepaalt vooral de openbare verlichting het beeld op straat. Soms is er ook verlichting van buitenlampen en in tuinen van bewoners. Indien de situatie daar aanleiding toe geeft, gaan we in gesprek met deze eigenaren.

Kleur- en gezichtsherkenning

De lichtkleur is bepalend voor de sociale veiligheid. Sommige oranje verlichting geeft geen goede kleur- en gezichtsherkenning. Alles lijkt rood/oranje en de echte kleuren zijn niet te zien. Dat zie je op de onderstaande foto’s. Het zijn dezelfde kleur bakjes. Maar door de lichtkleur lijken de bakjes op de linker foto rood of oranje.

Voor de sociale veiligheid (gevoel van veiligheid) is dit niet wenselijk. Mocht er wat gebeuren en je geeft een omschrijving in welke kleur auto een inbreker wegreed, dan noem je dus een andere kleur dan de auto werkelijk had. We gebruiken dan ook wit licht zodat de kleurweergave goed is.

 

Wit licht, alle kleuren zichtbaar
Oranje licht, alles lijkt rood/oranje

 

 

 

 

 

 

 

Loovelden in Huissen. Woonwijk met wit licht.

Lichthinder

In woongebieden is de stand en vorm van het armatuur (de kap op de lantaarnpaal) heel belangrijk. Door de nieuwe technieken kan het licht al veel meer gericht worden, waardoor er minder lichthinder in de woningen ontstaat. Of er kan een afschermingskap in geplaatst worden. Ook het model van het armatuur (rond of plat) kan zorgen voor meer of minder lichthinder. Op onderstaande foto is goed te zien dat het licht vol in de woning schijnt. Dit geeft onnodige lichthinder en proberen we zoveel mogelijk te voorkomen.

Essenpas in Bemmel; woning waar het licht in de woning schijnt; onnodige lichthinder.

Schijnveiligheid

We spreken van schijnveiligheid als er wel licht staat, maar er niet genoeg sociale controle is door de afwezigheid van andere weggebruikers of woningen die kijken op het weggedeelte. Als er op een weg, waar dus niet genoeg sociale controle is, verlichting staat, dan geeft het licht schijnveiligheid. Men kan zich veilig voelen, maar het licht zorgt niet voor een veilige weg. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen en daarom verlichten we die locaties dus niet.

Langs de Linge-Huissen. Geen sociale controle dus geen verlichting

Voetpaden- en achterpaden

Veel voetpaden die tussen de wijken lopen, worden gebruikt als wandelroute overdag of om de hond uit te laten in de avond. Vaak is er weinig of geen sociale controle in de late avond en nacht. Verlichting kan dan schijnveiligheid geven. We verlichten hier niet.

Dat speelt ook een rol bij achterpaden. Deze paden lopen achter de huizen langs. Wij verlichten deze niet. Vaak zijn deze achterpaden niet van ons, maar van de woningbouwvereniging. Die bepalen dan of ze wel of niet verlicht worden. Wij gaan wel met deze partijen in gesprek om te kijken of hun keuze afgestemd kan worden op die van ons.

Pastoor Rikkenstraat in Haalderen. Achterpad van de gemeente en dus niet verlicht.

Parkeerterreinen

In onze woongebieden hebben we veel parkeerplaatsen. Sommige worden veel gebruikt en andere niet. Vaak staat er verlichting. Zo kunnen aanwonenden zien wie er bij de auto’s lopen.

Voorbeeld van een parkeerplaats in een woonwijk in onze gemeente.

In de avond dimmen we de verlichting. Wordt een parkeerterrein in de nacht niet of heel weinig gebruikt, dan kunnen we besluiten het licht uit te zetten. 

Integraal

Groen en verlichting spelen een belangrijke rol in onze woongebieden. Het is belangrijk dat deze goed op elkaar afgestemd zijn. Vaak zien we dat een lantaarnpaal in de loop der jaren helemaal tussen het groen van de bomen staat. Bij het ontwerp houden we al rekening met de omvang van de boom in de toekomst. Bestaande knelpunten tussen de groenvoorziening en openbare verlichting moeten worden opgelost. Hierbij is het uitgangspunt tegen zo laag mogelijke kosten.

De Halden in Haalderen. Lantaarnpaal staat in de boom en geeft minder licht meer op de weg.

Zo doen we het voortaan

  • Uitgangspunt is dat de sfeer en leefbaarheid in een gebied goed moeten zijn en blijven. 
  • Wij proberen schijnveiligheid te voorkomen door niet te verlichten op locaties waar weinig sociale controle is zoals parken, groengebieden, speelplekken, hondenuitlaatplekken en dergelijke. Alleen indien het echt noodzakelijk is en er geen andere mogelijkheden of andere routes zijn, kan er licht staan.
  • De sociale veiligheid proberen wij te waarborgen door in woon- en centrumgebieden een lichtkleur te gebruiken waarbij gezichten en kleuren goed herkenbaar zijn. 
  • Bij vervanging blijft het lichtbeeld zoveel mogelijk zoals dat nu op straat is, dat wil zeggen de lantaarnpalen worden 1 op 1 vervangen. Het verlichtingsniveau kan omlaag in woonwijken waar nu heel veel verlichting staat. 
  • Lichthinder wordt zoveel mogelijk voorkomen. 
  • We houden geen Politie Keurmerk Veilig Wonen aan. 
  • Losse voetpaden (solitaire voetpaden) worden alleen verlicht wanneer deze ook ’s avonds deel uitmaken van een doorgaande wandelroute, er geen andere route is en er genoeg sociale controle is.
  • Achterpaden worden niet verlicht als ze gemeentelijk eigendom zijn. Indien de achterpaden in bezit zijn van derden, bijvoorbeeld woningcorporaties, dan bepalen deze of er wel of niet verlichting staat. 
  • In alle woongebieden wordt de verlichting gedimd zodra dit technisch mogelijk is. 
  • Per situatie wordt bekeken wat het juiste dimregime is. Buiten de spits is er minder verlichting en kan het licht minder fel branden. Eventueel is de verlichting voorzien van een telemanagement- (waarmee ook zichtbaar is of er storingen zijn) of detectiesysteem als dit kostentechnisch past in de beschikbare budgetten en een zinvolle aanvulling is.
  • Parkeerterreinen worden gedimd zodra technisch mogelijk. Maar ze worden natuurlijk alleen verlicht als er in de avond en nacht gebruik van wordt gemaakt. Vanuit het oogpunt van milieu, kan besloten worden de verlichting op een parkeerterrein dat niet of nauwelijks wordt gebruikt, in de nachtelijke uren uit te zetten.
  • Bij grotere veranderingen worden de inwoners van het betreffende gebied betrokken.
  • Bij een herinrichting of nieuwbouw, wordt de verlichting afgestemd op de aanwezige groenvoorzieningen. Al bij het ontwerp vindt deze afstemming plaats.
  • Bestaande knelpunten tussen de groenvoorziening en openbare verlichting moeten worden opgelost. Hierbij is het uitgangspunt tegen zo laag mogelijke kosten.
     

Wat vragen we

Wij vragen onze inwoners om ook bewust om te gaan met verlichting. Zet het uit als het niet gebruikt wordt, dim het in de avond, zorg dat het niet verblindt en anderen er last van hebben.